Opdrachtgever: Menno Schilthuizen en
Norbert Peeters 

Locatie: Leiden, Wageningen en Amsterdam

Werkzaamheden: Filmen en editten

Datum: 20-05-2024

Voor de week van de biologie 2024 mocht ik voor Menno Schilthuizen en Norbert Peeters  elk vier korte films maken over hun werk. Menno houdt zich bezig als onderzoeker met de biodiversiteit van insecten dicht bij huis. In de films legt hij op eenvoudige wijze uit hoe je zelf insecten kan vinden, vangen, bekijken en een collectie kunt aanleggen. Norbert vertelt in zijn films hoe we door de eeuwen heen planten gewenst en ongewenst van buiten Nederland in onze eigen omgeving kregen. 

Films voor week van de biologie met Menno Schilthuizen

Het grootste deel van de biodiversiteit bestaat uit de kleinere diertjes, de ‘cryptobiota’ die je niet ziet, maar er wel zijn. Met een paar eenvoudige trucs kun je die organismen tevoorschijn toveren, ook dicht bij huis.

Sommige diertjes zijn met de hand wat moeilijk te vinden. Maar met eenvoudige, zelf te maken insectenvallen kun je ze toch te pakken krijgen.

Het opbouwen van een natuurhistorische collectie kan heel leerzaam en leuk zijn. Als je daarvoor geen dieren dood wilt maken, kun je ook op zoek gaan naar dieren die al dood zijn, maar die toch te verwerken zijn tot een waardevolle collectie.

Met weinig moeite kun je een echte natuurhistorische collectie opbouwen — leerzaam én van wetenschappelijke waarde. In dit filmpje laat ik zien hoe je insecten en andere ongewervelde dieren kunt prepareren en bewaren.

Films voor week van de biologie met Norbert Peeters

In Norbert zijn proefschrift is een hoofdrol weggelegd voor Carolus Linnaeus. Deze Zweedse natuurgeleerde is vooral beroemd vanwege zijn classificaties en naamgeving van soorten. Maar hij blonk ook uit in andere velden, met name in de zogeheten ‘botanische topografie’. En hij is de eerste die een overzicht opstelt van planten die mede door toedoen van de mens nieuwe gebieden koloniseren.

De plantengeografie of floristiek worden opmerkelijke termen gebruik. Ten aanzien van plantensoorten wordt gesproken over inburgeren, naturaliseren, in- en uitheems, allochtoon en autochtoon materiaal. Woorden die we vooral kennen uit de migratiekunde. Ook traceer ik het woord ‘invasief’ terug tot het werk van een jonge Charles Darwin.

Sommige vreemde flora wordt per ongeluk geïntroduceerd door mensen. Zaden liften ongezien mee en vestigen zich op nieuwe plaatsen. Het Pothoofd in Deventer is één van die plaatsen. Hier lag een belangrijke overslagkade voor graan. Bij het overladen en ziften werd geregeld gemorst. Hiertussen bevonden zich naast graan ook de zaden van akkeronkruiden uit het land van herkomst. Veel konden niet gedijen in ons klimaat, maar een enkeling voelt zich thuis en begint te floreren.

Beeldmateriaal Deventer, Collectie Overijssel 

Andere vreemde flora wordt juist expres ingevoerd als sier- of nutsplant. De meest beruchte import is met stip de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) en de aanverwante Sachalinse duizendknoop (F. sachalinensis) en de hybride van beide: de Boheemse duizendknoop (F. japonica x F. sachalinensis). De arts en Japanoloog Philipp Franz von Siebold start halverwege de negentiende eeuw een kwekerij voor Aziatische planten. De duizendknoop behoort tot zijn hoogst geprezen invoeringen.

Scroll naar boven